Der Rose Pilgerfahrt
Zoals heel wat late koorwerken van Robert Schumann belandde Der Rose Pilgerfahrt tot ver in de 20ste eeuw in de vergetelheid. Ten onrechte: ‘Het is een van die fresco’s die men zou willen omschrijven als visioenen van poëtisch mysticisme,’ zei Franz Liszt, ‘De wolken transformeren zich in parfums, golven in wiegende tonen; alles is een allegorie van een onzegbaar gevoel.’
Der Rose Pilgerfahrt vertelt het romantische sprookje van een elfachtig wezen dat, net als Andersens kleine zeemeermin, mens wil worden om de liefde te ontdekken. Die ontdekking biedt haar uiteindelijk, via de omweg van het aardse leven, de sleutel die de poorten van het paradijs opent. Met dit ongewone werk voor koor, solisten en piano brak Schumann met het traditionele Duitse romantische oratorium, door vrije poëzie te verkiezen boven bijbelse teksten en door aan te knopen bij de grote traditie van het romantische klavierlied. Daar was hij zelf samen met Schubert de onbetwiste grootmeester van.
